Superrally 2017 - TsjechiŽ

4 juni: Pasohlavky - äonov

Dag 9:

Vandaag werd ik niet wakker van de zon, maar van een hoop geroezemoes en aanslingerende motoren. Het is zondag, 1e Pinksterdag en het feestprogramma op de Super Rally is afgelopen, maar vandaag blijven was nog wel mogelijk en zat ook in mijn planning. De ťťn ging naar Wenen, de ander naar het noorden, weer een ander naar grotten bij Brno, nou moest er gekozen worden en liefst had ik optie drie, maar ik wist nog steeds niet of ik die zondag erop vrij zou krijgen en op zondag de planning bellen is geen optie. Dus ik kies voor het noorden, vond Bohemen echt super mooi, dus daar wil ik nog wel keer heen en Hans beloofde om niet harder dan 120 te rijden (dat hij daar ook de geitenpaden mee bedoelde wist ik toen dus nog niet), dus na het ontbijt moest er ineens ingepakt worden. Heel voorzichtig vraag ik de security meneer op zijn aller onschuldigst of ik misschien even mijn brommer naar binnen mag rijden om de bagage op te pakken. Nou zijn reactie was allerminst lieflijk, scheitzwans! Uiteindelijk nam Sjors een gedeelte van mijn zooi mee naar de uitgang, Hans een ander gedeelte en ik sjouwde de rest in de inmiddels hete zon. Een kleine genoegdoening was dan wel dat het hele hekwerk om de parkeerplaats al gedemonteerd was behalve dat ene stuk waar mijn brommer aan vastgeketend stond, ha, als ďzeĒ mij nou gewoon even het terrein op hadden laten gaan, hadden zij ook fijn door kunnen werken. Na een allerlaatste afscheid van de rest vertrokken Sjors, Hans en ik naar het noorden.

Het eerste stukje naar Brno was gesneden koek, dit had ik al keer gereden, door Brno ging ook prima, grauwe stad, dus veel afleiding waar ik nog wel eens links en rechts wil kijken, was hier niet. Voorbij Brno werden de tanks gevuld en het vochtgehalte aangevuld. En waar ik nou helemaal geen zin in had was regen, maar de regen dacht er toch anders over. De eerste kilometers gingen goed maar ineens kwam het naar beneden hozen, letterlijk overal voelde ik water. Hans gaat de weg af, Sjors en ik volgen en bleek dat zijn scherpe blik een kroeg had gezien, even schuilen tot het ergste van deze stortbui voorbij was.

Via grote, hoge deuren kwam je in een voorportaal, links een deur naar het cafť en daar hield het sjiekste gedeelte op en begon de Tsjechische charme. De eigenaar sprak geen woordje Duits of Engels, alleen Tsjechisch en dat beheersten wij nog niet zo goed. Aan het tafeltje naast ons sprak een man een paar woorden Duits en zo gebeurde dat wij koffie en soep bestelden..., geloof ik. In de koffie pleurde je eerst de hoognodige melk en suiker zodat de koffiesmaak een beetje weg was, dan begon je te roeren tot alles zich vermengde tot ťťn homogene massa en dan liet je het staan tot de koffieprut onderin gezakt was en kon je voorzichtig drinken, prima smaakje verder wel. Ondertussen kregen we allemaal een bord voor onze neus en kwam de chef aanlopen met drie kommen op een dienblad, aan de soep aan de buitenkant van deze kommen te zien was hij er mee door een pan geslingerd is, de inhoud werd overgegoten op ons bord en helaas heb ik geen foto gemaakt, maar wat ik toen naar binnen diende te werken zag er nog gruwelijker uit dan de pudding-met-vel die mijn moeder vroeger maakte. Iets waterigs zonder smaak met grote drellen vet er in, ik heb mijn best gedaan maar ineens had ik wel genoeg aan dat bakje koffie. Tot op heden weet ik nog niet wat voor soep het was, maar blijkbaar ga je er niet dood aan want Sjors en Hans huppelen nog steeds rond. Nou we hier zaten moest ik ook gelijk maar even een sanitaire stop doen, een andere deur leidde me de deel op en op een of andere manier vond ik het damestoilet, schoonheidsprijs verdient het niet, maar zolang het geen gat in de grond is ben ik al best tevreden. Ik vind het geweldig, want ook al is het eten niet te vreten, verstaan we elkaar niet, is de koffie met beleid te drinken, welkom voelen doe je je hier wel! En toen we uitgegeten waren was het wel droog.

Achteraf zijn we hier ook in de buurt van de voormalige emaillefabriek van Schindler geweest, waar hij destijds de Joden heen bracht, al zal er weinig te zien zijn geweest toch had ik daar wel even stil bij willen staan.

Maar ondertussen reden we alsmaar noordelijker, buien en zon wisselden elkaar af en de ene wegomlegging volgde de andere op. De snelweg was allang vervangen voor een tweebaansweg, omdat het zondag was hadden we geen vrachtwagens op de weg, maar anders denk ik dat het nog verdomd druk zou zijn. Door landerijen, geitenpaden, normale weg, smalle weg, natte wegen, droge wegen, maar allemaal fantastisch mooie uitzichten (voor zover ik tijd had om mijn kop te draaien) en hoewel we naar een camping in TsjechiŽ onderweg waren, zouden we een stukje door Polen rijden om een stuk af te snijden. Weer een land op mijn lijstje waar ik nog nooit geweest was. Eigenlijk net zoiets als wanneer je naar mijn huisje komt het handiger is voor de meesten om een stukje Duitsland mee te pikken.

Na een fotoshoot bij het ďPolskiĒ bord reden we het Poolse asfalt op, hier was niets te klagen. Mooi asfalt en de borden in TsjechiŽ kon ik al niets van maken, hier was het ongeveer hetzelfde. Volgzaam reden we achter Hans aan, elke keer als we zo'n beetje waren opgedroogd kregen we weer een lading water over ons heen en ik had het zin er ondertussen behoorlijk af, was moe en had het koud en wilde maar ťťn ding en dat was een hete douche, nou ja, en een biertje misschien. In de zoveelste langdurige regenbui waren we weer aan het dwalen op zoek naar een tankstation, op een kruising voorzien van 3 boerderijen liep zo'n beetje de gehele bevolking uit om ons de weg te wijzen en het klopte ook nog, gebarentaal is best universeel blijkbaar. Ik maak mijn bril voor de zoveelste keer schoon, mijn vizier en beloof mijzelf om nu mijn aquarium gewoon dicht te houden zodat mijn bril tenminste droog blijft, ik haat regen en slecht zicht.

Plotseling zitten we weer in TsjechiŽ en rijden we voor de verandering via een errug smal weggetje omhoog in de regen en wat zien we daar, een groep BMW rijders met echt zulke mooie handvat verwarmde brommers te schuilen in een soort van bushok, even voel ik mij een bikkel. Na een paar laatste keermomentjes rijden we dan eindelijk het erg op bij Camping äonov Rob komt gelijk naar ons toelopen, ik probeer zo galant mogelijk in kou verkleumde staat van die brommer te komen, het galante is wederom niet gelukt. Hij wijst ons waar we de brommers handiger neer kunnen zetten maar eerst krijgen we wat drinken, heerlijk zo'n bak goede warme koffie. We hebben de mogelijkheid om binnen te slapen, ik krijg zelfs een eigen kamer en nadat ik alle nodige meuk van de motor had gepakt, uren onder een hete douche gestaan had werd het tijd om te eten. Naast ons was er nog een trio aanwezig bestaande uit 1 vrouw en 2 mannen, deze reden off road, zelfs zonder ketting, eindelijk met de Jappen in de meerderheid. Aan tafel met zijn zessen kregen we een overheerlijke maaltijd voorgeschoteld, gemaakt door Marjan. Na het eten nog lekker met zijn allen chillen, door de warmte begon de vermoeidheid nou toch wel in te koppen. Ik lag voor middernacht op bed en heb zo gruwelijk lekker geslapen die nacht, heerlijk die rust en een echt bed.

Dag 8

De foto's

Dag 10